|
|
|
|
|
|
|
Forms: | |
|
Klik buttons definiëren (standaard). Je kunt "clickable" buttons definieren die geen enkele betekenis hebben. Zinvol zijn zulke -vrij- gedefinieerde buttons in verbinding met ScriptTalen zoals JavaScript. In de regel worden ze ervoor gebruikt om verwijzingen en andere d.m.v JavaScript gestuurde bevelen uit te voeren. De hier beschreven mogelijkheid heeft het voordeel dat ze ook door oudere browsers (Netscape vanaf versie 2.x, MS Internet Explorer sinds versie 3.0 ) geinterpreteerd worden. Voorbeeld:
Indien JavaScript aktief is, heeft deze button hetzelfde effekt als de back-button in je browser:
<input type=button value="Terug" onClick="history.back()"> Indien JavaScript aktief is, heeft deze button hetzelfde effekt als de back-button in je browser:
Toelichting: Met <input type=button ...> definieer je de button. De tekst op de button krijgt je door de extra aanduiding value=. De waarde moet tussen aanhalingstekens staan. Om te definiëren wat er gebeuren moet indien de button "geclickt" wordt kun je bijvoorbeeld de JavaScript Event-Handler onClick= gebruiken. Achter het = (gelijk aan) teken plaats je het JavaScript bevel, bijvoorbeeld de oproep van een zelfgeschreven JavaScript funktie of -zoals in het voorbeeld- een standaard JavaScript bevel. Klik buttons definiëren (HTML 4.0). Vanaf HTML 4.0 mogen "clickable" buttons eindelijk zo genoemd worden zoals ze heten nl. "button". Zulke buttons zijn flexibeler als de "oude" buttons want ze mogen een gedefinieerde inhoud hebben, zoals bijvoorbeeld een plaatje. MS Internet Explorer interpreteert dit nieuwe HTML bevel vanaf versie 4.0, NC waarschijnlijk pas vanaf versie 6.0 Voorbeeld:
Indien het bij jou funktioneert, heeft deze button hetzelfde effekt als de back-button in uw browser:
<button name="ClickMij" type="button" value="go back" onClick="history.back()"> <img src="click.gif" alt="clickplaatje"> <p>!GO BACK!</p> </button> Toelichting: De definitie van zo'n button begin je met <button>. Deze tag heeft een eind-tag </button>, waarmee je de definitie van de button afsluit. Tussen de start-tag en de eind-tag kann een -inhoud- geplaatst worden. Alles wat je tussen <button>...</button> noteert, wordt als -opschrift- van de button getoond. Dat mag ook een plaatje zijn zoals in het bovenstaande voorbeeld. In de start-tag <button> noteer je de attributen van de button. Het lijkt "een beetje vreemd" om de button met type=button een button te noemen omdat de tag al zo heet. Het beste is echter om alle buttons die je met ScriptTalen gebruikt zo te noemen, want met behulp van de <button> tag kun je ook twee andere buttons definieren, namelijk de "versturen" en "opnieuw" buttons. Met het attribuut name= kun je de button een naam geven. Met deze naam kun je d.m.v JavaScript de button dan "aanspreken". Met het attribuut value= kun je een tekst bepalen op de button, indien je geen -inhoud- tussen <button>...</button> noteert. Je moet er wel op letten dat MS Internet Explorer 4.0 deze aanduiding negeert en bij een -lege- inhoud een -lege- button laat zien. Om te definieren wat er gebeuren moet indien de button "geclickt" wordt, kun je bijvoorbeeld de JavaScript Event-Handler onClick= gebruiken. Achter het = (gelijk aan) teken plaats je het JavaScript bevel, bijvoorbeeld de oproep van een zelfgeschreven JavaScript funktie of -zoals in het voorbeeld- een standaard JavaScript bevel. Oppassen: Graphics, die als button -inhoud- getoond worden, mogen geen attributen zoals usemap= bevatten Diversen. Universele attributen binnen de <select> en <option> tags zijn mogelijk. Het is verder mogelijk om CSS style-sheets te gebruiken. Netscape kan dat in versie 4.0 nog niet, MS Internet Explorer 4.0 interpreteert CSS style-sheets in verbinding met formulier elementen wel. |
||